Al vanaf het moment dat ik zwanger was, nu bijna tien jaar geleden, werd het ineens een 'item': bleef ik wel of niet werken en zo ja, hoeveel? Nu was het vooral voor de buitenwereld een belangrijk thema, zelf vond ik het nauwelijks waard om erover na te denken. Natuurlijk bleef ik werken, net als mijn man. Ik wilde mezelf blijven ontwikkelen en een goed rolmodel voor mijn kinderen zijn. Jan en ik zouden allebei evenveel blijven werken, vier dagen, én samen voor onze kinderen zorgen.
Heel regelmatig heb ik dit idee moeten verdedigen, vooral op feestjes en partijen bij mijn familie. Daar is nog niet iedereen even vooruitstrevend. Heel wat tantes en vriendinnen van mijn moeder mompelden dat ze 'vier dagen wel heel erg veel' vonden en gaven mijn man bijna een staande ovatie omdat hij één dag minder ging werken.
Een aantal jaren bleef het redelijk stil over dit thema. Totdat onze jongens op school op gingen vallen en beide mannen na een rits onderzoeken, gesprekken en behandelingen, 'bijzonder' bleken te zijn. Ik kwam steeds vaker in gesprek met ouders die ook kinderen hadden die hoogbegaafd waren, ADHD hadden of andere 'labels'. Heel regelmatig hoorde ik dat zij niet of heel weinig werken omdat dat niet te combineren is met bijzondere kinderen. Een moeder zei laatst letterlijk tegen Jan op het schoolplein: 'Nee, ik ben gestopt met werken, want met twee hoogbegaafde kinderen is dat niet te doen.'
Het zette me aan het denken. Is dat echt zo? Wat zegt dit over onze situatie? Ten eerste weet ik dat het met onze jongens over het algemeen goed gaat. Ze functioneren, met de nodige begeleiding, goed, we kunnen ze over het algemeen overal mee naar toe nemen en ze zitten op school redelijk goed op hun plek. Maar ook wij hebben regelmatig afspraken met de psychiater voor medicatie, zitten vaak op school om te bespreken hoe ze extra kunnen worden uitgedaagd en hebben dubbele oudertaken omdat ze beiden op andere scholen zitten. Om over voorstellingen, kerstvieringen en open ochtenden op twee scholen maar te zwijgen.
Ik heb gelukkig een flexibele baan, waardoor het mij lukt om 's middags om drie uur bij een schoolgesprek aanwezig te zijn en Jan probeert dit ook zoveel mogelijk. En andere afspraken zijn ook vaak wel te plooien om onze werktijd heen. Daarnaast vertellen we onze kinderen dat niet altijd álles kan. Dat papa en mama niet áltijd aanwezig kunnen zijn. Ik vind dat niet erg, vind dat ze ook met teleurstellingen moeten leren omgaan.
Ik wil absoluut niemand veroordelen, want ik wéét dat er gezinnen zijn die het een stuk zwaarder hebben dan wij. Maar ik wil ook laten zien dat het wél kan. Dat je met een beetje nuchterheid en flexibiliteit een heel eind komt. Zélfs met deze bijzondere kinderen!
zaterdag 22 november 2014
woensdag 12 november 2014
Naar de huisarts
Vorige week bracht de vereniging van huisartsen een nieuw advies uit: kinderen met ADHD moeten in de toekomst worden behandeld door de huisarts. Daarbij moet in alle gevallen worden uitgegaan van opvoedingsadviezen voor de ouders en school en pas op het allerlaatste moment naar medicijnen worden gegrepen.
Nu heb ik echt veel vertrouwen in onze huisarts, maar inmiddels ben ik er al lang achter dat hij niet veel verstand heeft van ADHD. Dat is niet erg, want hij kan niet alles weten, dus stuurde hij ons met Jens al snel door naar de tweedelijns GGZ. Daar vonden we een psycholoog en psychiater die ons hielpen. Met uitleg, tips én medicatie.
Want beste beleidsmakers, jullie mogen best eens meekijken in een gezin met een ADHD-kind. Waar je bij een kind (van 9 jaar!) wel zes keer moet zeggen dat hij zich moet aankleden. Maar dat hij, nadat hij een schone onderbroek aan heeft getrokken, écht nog met die knikkerbaan moet spelen en een boekje moet lezen. Waar 's ochtends om acht uur nog een mapje met huiswerk te voorschijn komt, dat díe dag ingeleverd moet worden. Met wie we soms moeilijk contact kunnen krijgen, omdat zijn hoofd zo vol zit. En voor wie je heel regelmatig op school zit om te overleggen over zijn rugzakje: hulp die hij nodig heeft bij het plannen en organiseren van zijn werk.
En dit kind krijgt precies dezelfde opvoeding als zijn jongere broertje zonder ADHD. Dat broertje is binnen drie minuten klaar met aankleden en heeft altijd een opgeruimde kamer en opgeruimd hoofd.
Beiden jongens krijgen rust en regelmaat, duidelijkheid en structuur. Maar de oudste krijgt daar medicijnen bij. Medicatie waardoor hij, zoals hij zelf zegt: 'alle gedachten in zijn hoofd weer in laatjes kan stoppen'.
Nu hebben we het geluk dat het heel goed gaat met Jens. Hij reageert goed op de medicatie en wij weten (meestal) hoe we hiermee om moeten gaan. Daarnaast heeft hij een hoog IQ, waardoor hij veel kan compenseren. Maar dat het zo goed gaat, is grotendeels te danken aan de hulp van de gespecialiserde psycholoog en psychiater. En dankzij de medicatie, die we er echt niet zómaar induwen.
Die opvoedingsadviezen mag de huisarts, hoe goed bedoeld ook, houden.Wij geven Jens morgenochtend weer een pilletje!
Nu heb ik echt veel vertrouwen in onze huisarts, maar inmiddels ben ik er al lang achter dat hij niet veel verstand heeft van ADHD. Dat is niet erg, want hij kan niet alles weten, dus stuurde hij ons met Jens al snel door naar de tweedelijns GGZ. Daar vonden we een psycholoog en psychiater die ons hielpen. Met uitleg, tips én medicatie.
Want beste beleidsmakers, jullie mogen best eens meekijken in een gezin met een ADHD-kind. Waar je bij een kind (van 9 jaar!) wel zes keer moet zeggen dat hij zich moet aankleden. Maar dat hij, nadat hij een schone onderbroek aan heeft getrokken, écht nog met die knikkerbaan moet spelen en een boekje moet lezen. Waar 's ochtends om acht uur nog een mapje met huiswerk te voorschijn komt, dat díe dag ingeleverd moet worden. Met wie we soms moeilijk contact kunnen krijgen, omdat zijn hoofd zo vol zit. En voor wie je heel regelmatig op school zit om te overleggen over zijn rugzakje: hulp die hij nodig heeft bij het plannen en organiseren van zijn werk.
En dit kind krijgt precies dezelfde opvoeding als zijn jongere broertje zonder ADHD. Dat broertje is binnen drie minuten klaar met aankleden en heeft altijd een opgeruimde kamer en opgeruimd hoofd.
Beiden jongens krijgen rust en regelmaat, duidelijkheid en structuur. Maar de oudste krijgt daar medicijnen bij. Medicatie waardoor hij, zoals hij zelf zegt: 'alle gedachten in zijn hoofd weer in laatjes kan stoppen'.
Nu hebben we het geluk dat het heel goed gaat met Jens. Hij reageert goed op de medicatie en wij weten (meestal) hoe we hiermee om moeten gaan. Daarnaast heeft hij een hoog IQ, waardoor hij veel kan compenseren. Maar dat het zo goed gaat, is grotendeels te danken aan de hulp van de gespecialiserde psycholoog en psychiater. En dankzij de medicatie, die we er echt niet zómaar induwen.
Die opvoedingsadviezen mag de huisarts, hoe goed bedoeld ook, houden.Wij geven Jens morgenochtend weer een pilletje!
maandag 29 september 2014
Schoolplein
Het was al als een lopend vuurtje over het schoolplein gegaan, hoorde ik vorige week, dat Jens naar een andere school was gegaan. Iedere ochtend zet ik eerst Toine af voor de (nog dichte) deuren van zijn school, om vervolgens met Jens verder te fietsen naar zijn school, een kwartiertje verderop.
En dat valt natuurlijk op. Het kan een paar keer gebeuren dat een kind naar de huisarts of tandarts moet, maar na twee weken kreeg ik toch vragen van andere ouders. Uiteraard vragen ze waarom Jens naar een andere school gaat. En ik, toch altijd nog voorzichtig in het gebruiken van het woord 'hoogbegaafd' leg dan omslachtig uit dat hij op deze school niet écht op z'n plek zat.
Je schreeuwt het ook niet van de daken, dat je kind naar een andere school gaat verplaatsen . Want dat het niet lukt op de eerste school, die je zorgvuldig hebt uitgekozen toen hij nog maar 1,5 jaar was, is toch een teleurstelling. Niet dat de school er ook maar iets aan kon doen, want ze hebben veel gedaan voor onze jongens, maar het was helaas niet de beste omgeving voor Jens. We hoopten dat hij beter zou aarden in een omgeving met 'gelijksgestemde' kinderen.
Die hoop lijkt nu uit te komen. Jens heeft het enorm naar zijn zin op zijn nieuwe school. Al na twee weken leek het erop alsof hij al jarenlang níets anders deed. Hij kan het ontzettend goed vinden met de juf en hij blijkt ook veel harder te werken dan op zijn oude school. De juf, die enorm veel ervaring heeft met hoogbegaafde kinderen, lijkt op de juiste 'knoppen' te drukken om Jens aan het werk te krijgen.
Het échte bewijs dat Jens hier op z'n plek is, kwam al na twee weken. Uit zijn schooltas viste hij, glimmend van trots, de uitnodiging voor een kinderfeestje. Van een jongetje dat hij nog maar nét kent. Ik weet niet wie er blijer was: hij of ik!
En dat valt natuurlijk op. Het kan een paar keer gebeuren dat een kind naar de huisarts of tandarts moet, maar na twee weken kreeg ik toch vragen van andere ouders. Uiteraard vragen ze waarom Jens naar een andere school gaat. En ik, toch altijd nog voorzichtig in het gebruiken van het woord 'hoogbegaafd' leg dan omslachtig uit dat hij op deze school niet écht op z'n plek zat.
Je schreeuwt het ook niet van de daken, dat je kind naar een andere school gaat verplaatsen . Want dat het niet lukt op de eerste school, die je zorgvuldig hebt uitgekozen toen hij nog maar 1,5 jaar was, is toch een teleurstelling. Niet dat de school er ook maar iets aan kon doen, want ze hebben veel gedaan voor onze jongens, maar het was helaas niet de beste omgeving voor Jens. We hoopten dat hij beter zou aarden in een omgeving met 'gelijksgestemde' kinderen.
Die hoop lijkt nu uit te komen. Jens heeft het enorm naar zijn zin op zijn nieuwe school. Al na twee weken leek het erop alsof hij al jarenlang níets anders deed. Hij kan het ontzettend goed vinden met de juf en hij blijkt ook veel harder te werken dan op zijn oude school. De juf, die enorm veel ervaring heeft met hoogbegaafde kinderen, lijkt op de juiste 'knoppen' te drukken om Jens aan het werk te krijgen.
Het échte bewijs dat Jens hier op z'n plek is, kwam al na twee weken. Uit zijn schooltas viste hij, glimmend van trots, de uitnodiging voor een kinderfeestje. Van een jongetje dat hij nog maar nét kent. Ik weet niet wie er blijer was: hij of ik!
maandag 8 september 2014
Dikke acht
't Is nu een week geleden, dat Jens voor het eerst naar zijn nieuwe school ging. Een school die meer gericht is op onderwijs op hoogbegaafde kinderen, waar hij meer contact zou kunnen krijgen met 'gelijkgestemde' kinderen. Want dat was vooral ons doel: dat Jens zich, op sociaal vlak, verder zou ontwikkelen. Niet dat het enorm slecht ging op zijn vorige school, maar het was een zesje. En we gunnen hem zó dat het een dikke acht wordt.
De eerste dag haalde ik hem op en liet hij mij enthousiast de klas zien. Zijn weektaken, het schaakbord en hij vertelde over de juf, die veel grapjes maakte. Over de andere manier van werken: 'Mam, als ik de breuken al kan, hoef ik niet drie weken met de hele klas mee te doen, maar mag ik na de toets meteen het volgende onderwerp gaan doen'. Hij had nog nooit zó veel over school verteld als die ene, eerste dag op zijn nieuwe school.
Het mooiste moment was op vrijdag, vijf dagen nieuw in zijn klas. Quasi nonchalant vroeg 'ie of er een jongetje uit de klas mee mocht, om te komen spelen. Dat was al in geen maanden gebeurd! Hoewel nog wat onwennig, omdat ze elkaar nog niet zo goed kennen, ging het speelafspraakje goed. En hij vertelde dat hij ook al een afspraak had met een andere jongen.
Zal dat zesje dan toch een acht worden?
De eerste dag haalde ik hem op en liet hij mij enthousiast de klas zien. Zijn weektaken, het schaakbord en hij vertelde over de juf, die veel grapjes maakte. Over de andere manier van werken: 'Mam, als ik de breuken al kan, hoef ik niet drie weken met de hele klas mee te doen, maar mag ik na de toets meteen het volgende onderwerp gaan doen'. Hij had nog nooit zó veel over school verteld als die ene, eerste dag op zijn nieuwe school.
Het mooiste moment was op vrijdag, vijf dagen nieuw in zijn klas. Quasi nonchalant vroeg 'ie of er een jongetje uit de klas mee mocht, om te komen spelen. Dat was al in geen maanden gebeurd! Hoewel nog wat onwennig, omdat ze elkaar nog niet zo goed kennen, ging het speelafspraakje goed. En hij vertelde dat hij ook al een afspraak had met een andere jongen.
Zal dat zesje dan toch een acht worden?
maandag 7 juli 2014
Complimenten
De laatste schoolweken zouden eigenlijk rustiger moeten zijn: geen huiswerk meer op school, minder clubjes en afspraken, rapporten mee naar huis en... vakantie! Helaas is dit de afgelopen weken niet het geval: we hollen van gesprek naar gesprek. Met juffen, meesters en ib'ers, Toptalentcoaches en orthopedagogen. Deze week staan er zelfs drie gesprekken gepland!
Nu zijn we in de gelukkige omstandigheid dat onze school enorm goed met ons meedenkt. Soms zitten we met vijf (!) mensen om tafel over één kind. Een bijzonder kind, dat wel. Maar je moet er maar zin in hebben, als school. Gelukkig staan we meestal met de neuzen dezelfde kant uit.
Het zijn niet alleen drukke, maar ook spannende weken. Voor Jens, omdat we overwegen om hem naar een andere school over te plaatsen. Niet omdat we niet tevreden zijn over onze huidige school, maar omdat Jens sociaal gezien wellicht op een andere school beter op z'n plek is. Komende week hakken we de (ingewikkelde) knoop door.
Ook voor Toine was het spannend, hij heeft afgelopen woensdag een intelligentietest gedaan. Daarvan krijgen we vrijdag de uitslag. We zijn enorm benieuwd naar hoe hij het heeft gedaan en hopen er volgend schooljaar ons voordeel mee te doen.
Gelukkig hebben alle gesprekken van de afgelopen maanden hun vruchten afgeworpen: de rapporten van beide jongens waren geweldig goed. Ze waren allebei vooruit gegaan op de punten waar juist zíj zich moesten ontwikkelen. En daarom was ik niet eens trots op hun cijfers en de goede CITO-toetsen, maar vooral op de enorme groei die ze hebben doorgemaakt.
Op mijn Facebook-berichtje over hun goede rapporten en het feit dat de vele gesprekken effect hadden gehad, reageerde een andere moeder met een prachtig compliment: 'Dan mag je ook trots zijn op jezelf, als ouders'. Die nemen we dan maar mee voor de komende weken. We zijn er bijna!
Nu zijn we in de gelukkige omstandigheid dat onze school enorm goed met ons meedenkt. Soms zitten we met vijf (!) mensen om tafel over één kind. Een bijzonder kind, dat wel. Maar je moet er maar zin in hebben, als school. Gelukkig staan we meestal met de neuzen dezelfde kant uit.
Het zijn niet alleen drukke, maar ook spannende weken. Voor Jens, omdat we overwegen om hem naar een andere school over te plaatsen. Niet omdat we niet tevreden zijn over onze huidige school, maar omdat Jens sociaal gezien wellicht op een andere school beter op z'n plek is. Komende week hakken we de (ingewikkelde) knoop door.
Ook voor Toine was het spannend, hij heeft afgelopen woensdag een intelligentietest gedaan. Daarvan krijgen we vrijdag de uitslag. We zijn enorm benieuwd naar hoe hij het heeft gedaan en hopen er volgend schooljaar ons voordeel mee te doen.
Gelukkig hebben alle gesprekken van de afgelopen maanden hun vruchten afgeworpen: de rapporten van beide jongens waren geweldig goed. Ze waren allebei vooruit gegaan op de punten waar juist zíj zich moesten ontwikkelen. En daarom was ik niet eens trots op hun cijfers en de goede CITO-toetsen, maar vooral op de enorme groei die ze hebben doorgemaakt.
Op mijn Facebook-berichtje over hun goede rapporten en het feit dat de vele gesprekken effect hadden gehad, reageerde een andere moeder met een prachtig compliment: 'Dan mag je ook trots zijn op jezelf, als ouders'. Die nemen we dan maar mee voor de komende weken. We zijn er bijna!
dinsdag 29 april 2014
Vergeten
Heel vaak, bijna elke dag, vergeet ik dat Toine nog maar 5 jaar is. Dat hij eigenlijk een kleuter is, die net als andere kinderen van zijn leeftijd soms boos is en soms nog op mijn schoot kruipt. Die speelt met auto's (maar nog liever met dino's) en lekker wil klimmen, springen en ouwehoeren.
Maar omdat hij nu in groep 3 zit, met klasgenoten van gemiddeld 7 en soms 8 jaar, is mijn referentiekader snel opgeschoven. Een jaar of twee, op zijn minst.
Afgelopen weekend zat Toine in de auto, we hadden zijn broer weggebracht voor een logeerpartij. Terwijl hij rustig in de auto voor zich uit zat te kijken, kwam ineens de vraag: 'mam, wat ik me nou altijd al heb afgevraagd: hoe maak je kankercellen beter?'. Ik legde geduldig alles uit in kindertaal en sloot af met 'misschien moet je maar dokter worden, dan kun je dat onderzoeken'. Hij verzuchtte daarna: 'nee, ik word toch liever archeoloog'.
Door die achteloosheid schoten we in de lach. En beseften we eigenlijk pas hoe bijzonder een dergelijk gesprek eigenlijk is. We realiseren ons natuurlijk dat ons referentiekader waarschijnlijk heel anders is dan gemiddeld. En uiteraard twijfelen we of we de kennishonger van onze 5-jarige wel moeten blijven voeden. Maar gelukkig blijft hij tegelijkertijd een kleuter, die heerlijk kan spelen met zijn auto's of met zijn dino's. Alhoewel: laatst hoorde ik hem, tijdens zijn spel zeggen: 'tja, is dit nu een diplodocus of een velociraptor?'
5 jaar, jaja.
Maar omdat hij nu in groep 3 zit, met klasgenoten van gemiddeld 7 en soms 8 jaar, is mijn referentiekader snel opgeschoven. Een jaar of twee, op zijn minst.
Afgelopen weekend zat Toine in de auto, we hadden zijn broer weggebracht voor een logeerpartij. Terwijl hij rustig in de auto voor zich uit zat te kijken, kwam ineens de vraag: 'mam, wat ik me nou altijd al heb afgevraagd: hoe maak je kankercellen beter?'. Ik legde geduldig alles uit in kindertaal en sloot af met 'misschien moet je maar dokter worden, dan kun je dat onderzoeken'. Hij verzuchtte daarna: 'nee, ik word toch liever archeoloog'.
Door die achteloosheid schoten we in de lach. En beseften we eigenlijk pas hoe bijzonder een dergelijk gesprek eigenlijk is. We realiseren ons natuurlijk dat ons referentiekader waarschijnlijk heel anders is dan gemiddeld. En uiteraard twijfelen we of we de kennishonger van onze 5-jarige wel moeten blijven voeden. Maar gelukkig blijft hij tegelijkertijd een kleuter, die heerlijk kan spelen met zijn auto's of met zijn dino's. Alhoewel: laatst hoorde ik hem, tijdens zijn spel zeggen: 'tja, is dit nu een diplodocus of een velociraptor?'
5 jaar, jaja.
zaterdag 15 maart 2014
Grenzen verleggen
Een rugzakje. Dat stond, nog niet zo lang geleden, voor mij gelijk aan een zak geld voor kinderen met een handicap, die graag in het gewone onderwijs mee wilden draaien. Voor lieve kindjes met het Syndroom van Down, die in de 'gewone' kleuterkring zitten. En nu, nu heeft mijn eigen zoon een rugzakje toebedeeld gekregen. En toch ben ik er blij mee.
Jens heeft, door zijn combinatie van hoogbegaafdheid én adhd, heel veel moeite met leerstrategieen. Met, om het maar eenvoudig te zeggen, manieren te vinden om vragen en problemen op te lossen. Omdat hij gewend was dat hij antwoorden, zonder te veel na te denken, wel wist. Omdat hij véél te ingewikkeld denkt en vooral omdat hij het, door de chaos in zijn hoofd, niet overziet. Daarom heeft hij meer één op één begeleiding nodig. Iemand die hem letterlijk bij de hand neemt en hem leert ánders te denken. Maar in een klas met 28 kinderen is daar nauwelijks tijd voor.
Daarom besloten we een paar maanden geleden een rugzakje aan te vragen, zodat de school geld zou krijgen voor extra formatie.
Voor het aanvragen moesten we, op alle gebieden, een flinke drempel nemen. Letterlijk, omdat er stapels papier moesten worden ingevuld. Ër moesten rapporten worden opgesteld door deskundigen, school moest alle prestaties van de afgelopen maanden doorgeven. Maar het was vooral een psychische drempel: voor je kind, dat superslim is, een rugzakje aanvragen.
Afgelopen vrijdag kwam de envelop binnen: tegen de verwachtingen in, met alle bezuinigingen, had Jens toch een rugzakje gekregen.
Ik appte enthousiast naar een vriendin dat het was gelukt. En realiseerde ik me dat ik dit vijf jaar geleden nooit had kunnen denken, dat ik hiermee zo blij zou kunnen zijn. Blij met een rugzakje. Zullen ze dit bedoelen met grenzen verleggen?
Jens heeft, door zijn combinatie van hoogbegaafdheid én adhd, heel veel moeite met leerstrategieen. Met, om het maar eenvoudig te zeggen, manieren te vinden om vragen en problemen op te lossen. Omdat hij gewend was dat hij antwoorden, zonder te veel na te denken, wel wist. Omdat hij véél te ingewikkeld denkt en vooral omdat hij het, door de chaos in zijn hoofd, niet overziet. Daarom heeft hij meer één op één begeleiding nodig. Iemand die hem letterlijk bij de hand neemt en hem leert ánders te denken. Maar in een klas met 28 kinderen is daar nauwelijks tijd voor.
Daarom besloten we een paar maanden geleden een rugzakje aan te vragen, zodat de school geld zou krijgen voor extra formatie.
Voor het aanvragen moesten we, op alle gebieden, een flinke drempel nemen. Letterlijk, omdat er stapels papier moesten worden ingevuld. Ër moesten rapporten worden opgesteld door deskundigen, school moest alle prestaties van de afgelopen maanden doorgeven. Maar het was vooral een psychische drempel: voor je kind, dat superslim is, een rugzakje aanvragen.
Afgelopen vrijdag kwam de envelop binnen: tegen de verwachtingen in, met alle bezuinigingen, had Jens toch een rugzakje gekregen.
Ik appte enthousiast naar een vriendin dat het was gelukt. En realiseerde ik me dat ik dit vijf jaar geleden nooit had kunnen denken, dat ik hiermee zo blij zou kunnen zijn. Blij met een rugzakje. Zullen ze dit bedoelen met grenzen verleggen?
Abonneren op:
Posts (Atom)