Jens was op zijn vorige school een muurbloempje. Viel niet bijzonder op, slaagde erin om regelmatige 'onder te duiken' voor de juf en zichzelf onzichtbaar te maken. Hij vond het lastig om hulp te vragen aan de juf en zocht het contact met klasgenoten nauwelijks op.
Dit was voor ons de voornaamste reden om hem van school te laten wisselen. Op de school met onderwijs voor hoogbegaafde kinderen zou hij, zo hoopten we, meer aansluiting vinden bij 'gelijkgestemde kinderen', en er zou meer aandacht zijn voor het 'leren leren'. Maar wat was het moeilijk, om die beslissing voor hem te nemen.
Nu we een half jaar onderweg zijn, kunnen we niet anders zeggen dat dat dit een gouden zet is geweest. Jens stapt iedere ochtend zonder probleem op de fiets, om ruim een kwartier, door weer en wind, naar school te fietsen. Hij komt breed lachend thuis, vol met verhalen over de lessen en zijn klasgenoten. Moppert regelmatig om de hoeveelheid huiswerk (alles wat hij in de les niet afkrijgt, krijgt hij mee naar huis), maar maakt het wél. Hij wil werken en doet zijn best voor zijn juf. Met haar heeft hij een goede band, hij durft dingen te vragen en ze hebben veel lol samen.
Hij krijgt extra begeleiding vanuit zijn rugzakje en ook deze IB'er ziet hem op veel fronten vooruit gaan.
Op sociaal gebied zien we hem met sprongen vooruit gaan; hij maakt speelafspraken, heeft af en toe een kinderfeestje en spreekt zelfs met klasgenoten af om samen naar huis te fietsen.
Wat een verschil met dat muurbloempje van een jaar geleden. Over wie ik me bijna dagelijks zorgen maakte. Zou hij het wel redden, straks in de 'grote boze wereldd?
Ik krijg er steeds meer vertrouwen in, dat hij het gaat redden. Hij bloeit helemaal op, ons kind.
Wat zijn wij blij met de keuze die we een jaar geleden hebben gemaakt!
maandag 2 maart 2015
woensdag 11 februari 2015
What you see is what you get
Op mijn werk hebben we het er regelmatig over, als we het over computersystemen hebben: what you see is what you get, ook wel WYSIWYG, voor echte nerds.
Thuis hebben we ook een WISIWYG; een kind aan wie je in één oogopslag ziet hoe de wind waait. Is Toine vrolijk, dan stuitert hij de hele dag de kamer door, hangt 'ie op de kop op de bank, en maakt hij véél lawaai. Als hij moe is, is dat ook meteen duidelijk, dan is hij hangerig en slaapt hij snel. En een verdrietige bui was ook altijd duidelijk te herkennen.
Sinds een aantal maanden heeft 'ie een nieuwe emotie aan zijn arsenaal toegevoegd. Toine is namelijk heel snel boos en gefrustreerd. Als hij zijn zin niet krijgt, wordt hij boos. En dat laat meneer dan ook duidelijk merken. Hij begint te mokken, te stampvoeten en de armen gaan over elkaar. Hij stampt boos naar boven, lardeert zijn boosheid met een paar flinke scheldwoorden (géén idee waar hij ze oppikt, maar hij heeft er een feilloos geheugen voor) en slaat met de deuren. Bijna altijd wordt zo'n bui gevolgd door een enorme huilbui. Hij is dan zó verdrietig!
Op onze vraag wát er dan aan de hand is, kan hij eigenlijk geen antwoord geven. Is er met vriendjes of op de BSO iets aan de hand, gaat het op school niet goed? Hij kan het ons niet vertellen. Het enige wat er, tussen enorme uithalen, af en toe uit komt, is dat het op school véél te makkelijk is en dat hij te vaak straf krijgt. Nu wéten we dat Toine met zijn drukke gedrag af en toe behoorlijk lastig kan zijn in de klas, maar de vraag is natuurlijk wat de oorzaak is. Vertoont hij dat gedrag uit pure verveling? Of is dat niet zo en is er toch iets anders aan de hand?
Volgende week hebben we, op ons verzoek, een gesprek met de leerkracht en IB'er om te kijken wat er aan de hand is en of we er iets aan kunnen doen.
We willen namelijk zo graag dat lachende gezicht vaker zien...
Thuis hebben we ook een WISIWYG; een kind aan wie je in één oogopslag ziet hoe de wind waait. Is Toine vrolijk, dan stuitert hij de hele dag de kamer door, hangt 'ie op de kop op de bank, en maakt hij véél lawaai. Als hij moe is, is dat ook meteen duidelijk, dan is hij hangerig en slaapt hij snel. En een verdrietige bui was ook altijd duidelijk te herkennen.
Sinds een aantal maanden heeft 'ie een nieuwe emotie aan zijn arsenaal toegevoegd. Toine is namelijk heel snel boos en gefrustreerd. Als hij zijn zin niet krijgt, wordt hij boos. En dat laat meneer dan ook duidelijk merken. Hij begint te mokken, te stampvoeten en de armen gaan over elkaar. Hij stampt boos naar boven, lardeert zijn boosheid met een paar flinke scheldwoorden (géén idee waar hij ze oppikt, maar hij heeft er een feilloos geheugen voor) en slaat met de deuren. Bijna altijd wordt zo'n bui gevolgd door een enorme huilbui. Hij is dan zó verdrietig!
Op onze vraag wát er dan aan de hand is, kan hij eigenlijk geen antwoord geven. Is er met vriendjes of op de BSO iets aan de hand, gaat het op school niet goed? Hij kan het ons niet vertellen. Het enige wat er, tussen enorme uithalen, af en toe uit komt, is dat het op school véél te makkelijk is en dat hij te vaak straf krijgt. Nu wéten we dat Toine met zijn drukke gedrag af en toe behoorlijk lastig kan zijn in de klas, maar de vraag is natuurlijk wat de oorzaak is. Vertoont hij dat gedrag uit pure verveling? Of is dat niet zo en is er toch iets anders aan de hand?
Volgende week hebben we, op ons verzoek, een gesprek met de leerkracht en IB'er om te kijken wat er aan de hand is en of we er iets aan kunnen doen.
We willen namelijk zo graag dat lachende gezicht vaker zien...
maandag 9 februari 2015
Huiswerk
Jens krijgt, in groep 6, steeds meer huiswerk. Afgelopen weekend was wel een (voorlopig) hoogtepunt. Hij had een werkstuk dat afmoest en hij nam vrijdag een rekenboekje mee waarin hij nog acht pagina's met breuken, procentsommen en andere ingewikkelde berekeningen moest maken. Maandag moest het af.
Bij een kind als Jens, dat én een enorm gat heeft tussen zijn verbale en performale intelligentie én ADHD heeft, betekent veel huiswerk voor hem ook veel huiswerk voor papa en mama. Want hoe intelligent Jens ook is, het lukt hem vaak niet om de opdracht zelf te interpreteren en vervolgens zodanig geconcentreerd te blijven dat hij een rijtje sommen zelf kan maken.
Dat betekent dat er eigenlijk altijd iemand bij moet blijven zitten en hem letterlijk bij de les moet houden. Na twee sommen is namelijk dat boekje dat op tafel ligt wel héél interessant. Of moet 'ie nodig naar de wc of drinken pakken, met de verklaring: 'Het is belangrijk om in beweging te blijven'.
Afgelopen weekend hebben Jan en ik om beurten dus een aantal uren bij Jens gezeten om hem te begeleiden bij zijn huiswerk. Daardoor liep mijn planning, met wasjes draaien en het huis poetsen, natuurlijk behoorlijk in de soep.
Maar wat was hij trots toen hij gisteravond al z'n werk af had. En wij waren erg trots op hem. Dan maar even een minder schoon huis!
Bij een kind als Jens, dat én een enorm gat heeft tussen zijn verbale en performale intelligentie én ADHD heeft, betekent veel huiswerk voor hem ook veel huiswerk voor papa en mama. Want hoe intelligent Jens ook is, het lukt hem vaak niet om de opdracht zelf te interpreteren en vervolgens zodanig geconcentreerd te blijven dat hij een rijtje sommen zelf kan maken.
Dat betekent dat er eigenlijk altijd iemand bij moet blijven zitten en hem letterlijk bij de les moet houden. Na twee sommen is namelijk dat boekje dat op tafel ligt wel héél interessant. Of moet 'ie nodig naar de wc of drinken pakken, met de verklaring: 'Het is belangrijk om in beweging te blijven'.
Afgelopen weekend hebben Jan en ik om beurten dus een aantal uren bij Jens gezeten om hem te begeleiden bij zijn huiswerk. Daardoor liep mijn planning, met wasjes draaien en het huis poetsen, natuurlijk behoorlijk in de soep.
Maar wat was hij trots toen hij gisteravond al z'n werk af had. En wij waren erg trots op hem. Dan maar even een minder schoon huis!
woensdag 3 december 2014
Op sokken naar school
Het meest hectische moment van de dag is bij ons, zoals in veel gezinnen, de ochtendspits. Nadat we nét iets te laat zijn opgestaan, is het altijd weer haasten om de kinderen, gewassen en gestreken, de deur uit te krijgen. Daarnaast moeten er ook nog broodtrommels worden gevuld, gymtassen gecheckt én moet ik er zelf ook nog enigszins toonbaar uitzien op mijn werk.
Nu is dat normaal al een hele uitdaging, maar met een ADHD'er in huis is het bijna een Olympische sport. Als zijn medicijnen nog niet zijn ingewerkt, is tientallen keren waarschuwen dat ie nu écht zijn sokken aan moet trekken of zijn tanden moet poetsen geen uitzondering. Om maar te zwijgen over die agenda, gymspullen en huiswerkmapjes die standaard vergeten worden.
Tijdens het schoolgesprek dat we laatst op school hadden, gaf de IB'er als tip om Jens meer verantwoordelijkheid te geven voor dit soort zaken. Want ook al heeft hij ADHD, hij zal het tóch moeten leren om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen gedrag en spullen. Naast het bieden van structuur, is het vooral een kwestie van loslaten. Láát hem maar eens (in de zomer) zonder sokken naar school komen. Stuur hem maar eens met ongekamde haren naar school. En laat hem maar te laat komen op school, zei zijn juf. Zij weet immers van de omstandigheden en begrijpt dat het soms extra lastig is in de ochtendspits.
Ik wéét dat het goed is voor hem, maar kan het zelf nog niet zo goed loslaten. Het heeft even tijd nodig...
Nu is dat normaal al een hele uitdaging, maar met een ADHD'er in huis is het bijna een Olympische sport. Als zijn medicijnen nog niet zijn ingewerkt, is tientallen keren waarschuwen dat ie nu écht zijn sokken aan moet trekken of zijn tanden moet poetsen geen uitzondering. Om maar te zwijgen over die agenda, gymspullen en huiswerkmapjes die standaard vergeten worden.
Tijdens het schoolgesprek dat we laatst op school hadden, gaf de IB'er als tip om Jens meer verantwoordelijkheid te geven voor dit soort zaken. Want ook al heeft hij ADHD, hij zal het tóch moeten leren om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen gedrag en spullen. Naast het bieden van structuur, is het vooral een kwestie van loslaten. Láát hem maar eens (in de zomer) zonder sokken naar school komen. Stuur hem maar eens met ongekamde haren naar school. En laat hem maar te laat komen op school, zei zijn juf. Zij weet immers van de omstandigheden en begrijpt dat het soms extra lastig is in de ochtendspits.
Ik wéét dat het goed is voor hem, maar kan het zelf nog niet zo goed loslaten. Het heeft even tijd nodig...
zaterdag 29 november 2014
Sprongen van tien
Toine is al vanaf dat hij heel klein was dol op getallen. Toen hij 2 jaar was zag hij al overal cijfers, op zijn derde maakte hij sommen tot tien en in de kleuterklas begon hij met de tientallen. In groep 3, waar hij versneld naar toe ging, vond hij het hoog tijd voor het halen van zijn tafeldiploma. Toen hij dat enthousiast aan de juf kwam vragen, bleek het toch écht de bedoeling dat hij dit in groep 4 pas zou doen. Toine droop teleurgesteld af.
Uit de IQ-test die we dit jaar hebben laten afnemen, bleek hij inderdaad 'sky high' te scoren op rekenen. De psycholoog raadde dan ook aan om hem zéker extra uitdaging op te geven. Inmiddels had hij wel, naast het standaard rekenboek, het 'plusboek' gekregen. Toch bleef hij maar zeggen dat hij het zo 'makkelijk' vond. Bij het zien van het werkboek, dat hij mee naar huis nam, begreep ik zijn frustratie. Sommen van 19-6 of 'sprongen van 10 maken'. Niet bepaald een uitdaging voor een jongetje dat met zijn broer, tijdens het tanden poetsen, sommen maakt met wortels trekken of het kwadraat uitrekenen.
Na navraag bij school heeft hij het boek Rekentijgers gekregen, dat meer uitdaging biedt. Maar wat zo jammer is, is dat hij éérst zijn gewone werk moet afmaken, voordat hij de Rekentijgers mag gaan maken. Tot zijn, én onze grote frustratie.
Zo mag hij maandag weer gewoon sprongetjes van 10 maken. Dat wordt tijdens het tanden poetsen maar weer wat extra moeilijke sommen bedenken.
Uit de IQ-test die we dit jaar hebben laten afnemen, bleek hij inderdaad 'sky high' te scoren op rekenen. De psycholoog raadde dan ook aan om hem zéker extra uitdaging op te geven. Inmiddels had hij wel, naast het standaard rekenboek, het 'plusboek' gekregen. Toch bleef hij maar zeggen dat hij het zo 'makkelijk' vond. Bij het zien van het werkboek, dat hij mee naar huis nam, begreep ik zijn frustratie. Sommen van 19-6 of 'sprongen van 10 maken'. Niet bepaald een uitdaging voor een jongetje dat met zijn broer, tijdens het tanden poetsen, sommen maakt met wortels trekken of het kwadraat uitrekenen.
Na navraag bij school heeft hij het boek Rekentijgers gekregen, dat meer uitdaging biedt. Maar wat zo jammer is, is dat hij éérst zijn gewone werk moet afmaken, voordat hij de Rekentijgers mag gaan maken. Tot zijn, én onze grote frustratie.
Zo mag hij maandag weer gewoon sprongetjes van 10 maken. Dat wordt tijdens het tanden poetsen maar weer wat extra moeilijke sommen bedenken.
zaterdag 22 november 2014
Werken
Al vanaf het moment dat ik zwanger was, nu bijna tien jaar geleden, werd het ineens een 'item': bleef ik wel of niet werken en zo ja, hoeveel? Nu was het vooral voor de buitenwereld een belangrijk thema, zelf vond ik het nauwelijks waard om erover na te denken. Natuurlijk bleef ik werken, net als mijn man. Ik wilde mezelf blijven ontwikkelen en een goed rolmodel voor mijn kinderen zijn. Jan en ik zouden allebei evenveel blijven werken, vier dagen, én samen voor onze kinderen zorgen.
Heel regelmatig heb ik dit idee moeten verdedigen, vooral op feestjes en partijen bij mijn familie. Daar is nog niet iedereen even vooruitstrevend. Heel wat tantes en vriendinnen van mijn moeder mompelden dat ze 'vier dagen wel heel erg veel' vonden en gaven mijn man bijna een staande ovatie omdat hij één dag minder ging werken.
Een aantal jaren bleef het redelijk stil over dit thema. Totdat onze jongens op school op gingen vallen en beide mannen na een rits onderzoeken, gesprekken en behandelingen, 'bijzonder' bleken te zijn. Ik kwam steeds vaker in gesprek met ouders die ook kinderen hadden die hoogbegaafd waren, ADHD hadden of andere 'labels'. Heel regelmatig hoorde ik dat zij niet of heel weinig werken omdat dat niet te combineren is met bijzondere kinderen. Een moeder zei laatst letterlijk tegen Jan op het schoolplein: 'Nee, ik ben gestopt met werken, want met twee hoogbegaafde kinderen is dat niet te doen.'
Het zette me aan het denken. Is dat echt zo? Wat zegt dit over onze situatie? Ten eerste weet ik dat het met onze jongens over het algemeen goed gaat. Ze functioneren, met de nodige begeleiding, goed, we kunnen ze over het algemeen overal mee naar toe nemen en ze zitten op school redelijk goed op hun plek. Maar ook wij hebben regelmatig afspraken met de psychiater voor medicatie, zitten vaak op school om te bespreken hoe ze extra kunnen worden uitgedaagd en hebben dubbele oudertaken omdat ze beiden op andere scholen zitten. Om over voorstellingen, kerstvieringen en open ochtenden op twee scholen maar te zwijgen.
Ik heb gelukkig een flexibele baan, waardoor het mij lukt om 's middags om drie uur bij een schoolgesprek aanwezig te zijn en Jan probeert dit ook zoveel mogelijk. En andere afspraken zijn ook vaak wel te plooien om onze werktijd heen. Daarnaast vertellen we onze kinderen dat niet altijd álles kan. Dat papa en mama niet áltijd aanwezig kunnen zijn. Ik vind dat niet erg, vind dat ze ook met teleurstellingen moeten leren omgaan.
Ik wil absoluut niemand veroordelen, want ik wéét dat er gezinnen zijn die het een stuk zwaarder hebben dan wij. Maar ik wil ook laten zien dat het wél kan. Dat je met een beetje nuchterheid en flexibiliteit een heel eind komt. Zélfs met deze bijzondere kinderen!
Heel regelmatig heb ik dit idee moeten verdedigen, vooral op feestjes en partijen bij mijn familie. Daar is nog niet iedereen even vooruitstrevend. Heel wat tantes en vriendinnen van mijn moeder mompelden dat ze 'vier dagen wel heel erg veel' vonden en gaven mijn man bijna een staande ovatie omdat hij één dag minder ging werken.
Een aantal jaren bleef het redelijk stil over dit thema. Totdat onze jongens op school op gingen vallen en beide mannen na een rits onderzoeken, gesprekken en behandelingen, 'bijzonder' bleken te zijn. Ik kwam steeds vaker in gesprek met ouders die ook kinderen hadden die hoogbegaafd waren, ADHD hadden of andere 'labels'. Heel regelmatig hoorde ik dat zij niet of heel weinig werken omdat dat niet te combineren is met bijzondere kinderen. Een moeder zei laatst letterlijk tegen Jan op het schoolplein: 'Nee, ik ben gestopt met werken, want met twee hoogbegaafde kinderen is dat niet te doen.'
Het zette me aan het denken. Is dat echt zo? Wat zegt dit over onze situatie? Ten eerste weet ik dat het met onze jongens over het algemeen goed gaat. Ze functioneren, met de nodige begeleiding, goed, we kunnen ze over het algemeen overal mee naar toe nemen en ze zitten op school redelijk goed op hun plek. Maar ook wij hebben regelmatig afspraken met de psychiater voor medicatie, zitten vaak op school om te bespreken hoe ze extra kunnen worden uitgedaagd en hebben dubbele oudertaken omdat ze beiden op andere scholen zitten. Om over voorstellingen, kerstvieringen en open ochtenden op twee scholen maar te zwijgen.
Ik heb gelukkig een flexibele baan, waardoor het mij lukt om 's middags om drie uur bij een schoolgesprek aanwezig te zijn en Jan probeert dit ook zoveel mogelijk. En andere afspraken zijn ook vaak wel te plooien om onze werktijd heen. Daarnaast vertellen we onze kinderen dat niet altijd álles kan. Dat papa en mama niet áltijd aanwezig kunnen zijn. Ik vind dat niet erg, vind dat ze ook met teleurstellingen moeten leren omgaan.
Ik wil absoluut niemand veroordelen, want ik wéét dat er gezinnen zijn die het een stuk zwaarder hebben dan wij. Maar ik wil ook laten zien dat het wél kan. Dat je met een beetje nuchterheid en flexibiliteit een heel eind komt. Zélfs met deze bijzondere kinderen!
woensdag 12 november 2014
Naar de huisarts
Vorige week bracht de vereniging van huisartsen een nieuw advies uit: kinderen met ADHD moeten in de toekomst worden behandeld door de huisarts. Daarbij moet in alle gevallen worden uitgegaan van opvoedingsadviezen voor de ouders en school en pas op het allerlaatste moment naar medicijnen worden gegrepen.
Nu heb ik echt veel vertrouwen in onze huisarts, maar inmiddels ben ik er al lang achter dat hij niet veel verstand heeft van ADHD. Dat is niet erg, want hij kan niet alles weten, dus stuurde hij ons met Jens al snel door naar de tweedelijns GGZ. Daar vonden we een psycholoog en psychiater die ons hielpen. Met uitleg, tips én medicatie.
Want beste beleidsmakers, jullie mogen best eens meekijken in een gezin met een ADHD-kind. Waar je bij een kind (van 9 jaar!) wel zes keer moet zeggen dat hij zich moet aankleden. Maar dat hij, nadat hij een schone onderbroek aan heeft getrokken, écht nog met die knikkerbaan moet spelen en een boekje moet lezen. Waar 's ochtends om acht uur nog een mapje met huiswerk te voorschijn komt, dat díe dag ingeleverd moet worden. Met wie we soms moeilijk contact kunnen krijgen, omdat zijn hoofd zo vol zit. En voor wie je heel regelmatig op school zit om te overleggen over zijn rugzakje: hulp die hij nodig heeft bij het plannen en organiseren van zijn werk.
En dit kind krijgt precies dezelfde opvoeding als zijn jongere broertje zonder ADHD. Dat broertje is binnen drie minuten klaar met aankleden en heeft altijd een opgeruimde kamer en opgeruimd hoofd.
Beiden jongens krijgen rust en regelmaat, duidelijkheid en structuur. Maar de oudste krijgt daar medicijnen bij. Medicatie waardoor hij, zoals hij zelf zegt: 'alle gedachten in zijn hoofd weer in laatjes kan stoppen'.
Nu hebben we het geluk dat het heel goed gaat met Jens. Hij reageert goed op de medicatie en wij weten (meestal) hoe we hiermee om moeten gaan. Daarnaast heeft hij een hoog IQ, waardoor hij veel kan compenseren. Maar dat het zo goed gaat, is grotendeels te danken aan de hulp van de gespecialiserde psycholoog en psychiater. En dankzij de medicatie, die we er echt niet zómaar induwen.
Die opvoedingsadviezen mag de huisarts, hoe goed bedoeld ook, houden.Wij geven Jens morgenochtend weer een pilletje!
Nu heb ik echt veel vertrouwen in onze huisarts, maar inmiddels ben ik er al lang achter dat hij niet veel verstand heeft van ADHD. Dat is niet erg, want hij kan niet alles weten, dus stuurde hij ons met Jens al snel door naar de tweedelijns GGZ. Daar vonden we een psycholoog en psychiater die ons hielpen. Met uitleg, tips én medicatie.
Want beste beleidsmakers, jullie mogen best eens meekijken in een gezin met een ADHD-kind. Waar je bij een kind (van 9 jaar!) wel zes keer moet zeggen dat hij zich moet aankleden. Maar dat hij, nadat hij een schone onderbroek aan heeft getrokken, écht nog met die knikkerbaan moet spelen en een boekje moet lezen. Waar 's ochtends om acht uur nog een mapje met huiswerk te voorschijn komt, dat díe dag ingeleverd moet worden. Met wie we soms moeilijk contact kunnen krijgen, omdat zijn hoofd zo vol zit. En voor wie je heel regelmatig op school zit om te overleggen over zijn rugzakje: hulp die hij nodig heeft bij het plannen en organiseren van zijn werk.
En dit kind krijgt precies dezelfde opvoeding als zijn jongere broertje zonder ADHD. Dat broertje is binnen drie minuten klaar met aankleden en heeft altijd een opgeruimde kamer en opgeruimd hoofd.
Beiden jongens krijgen rust en regelmaat, duidelijkheid en structuur. Maar de oudste krijgt daar medicijnen bij. Medicatie waardoor hij, zoals hij zelf zegt: 'alle gedachten in zijn hoofd weer in laatjes kan stoppen'.
Nu hebben we het geluk dat het heel goed gaat met Jens. Hij reageert goed op de medicatie en wij weten (meestal) hoe we hiermee om moeten gaan. Daarnaast heeft hij een hoog IQ, waardoor hij veel kan compenseren. Maar dat het zo goed gaat, is grotendeels te danken aan de hulp van de gespecialiserde psycholoog en psychiater. En dankzij de medicatie, die we er echt niet zómaar induwen.
Die opvoedingsadviezen mag de huisarts, hoe goed bedoeld ook, houden.Wij geven Jens morgenochtend weer een pilletje!
Abonneren op:
Posts (Atom)